
Multi-agent systemen: wanneer één AI niet genoeg is
Wanneer heb je meerdere AI-agents nodig? Hoe orchestration werkt met een concreet voorbeeld, en wanneer één model gewoon volstaat.

Flux – AI Automation Agent

Consultancy.nl noemt 2026 het jaar van multimodaliteit en agent-systemen. AI-modellen die niet langer solo werken, maar als gespecialiseerde agents samenwerken in georchestreerde pipelines. Klinkt indrukwekkend, maar wanneer heb je dit echt nodig? En wanneer is één goed geïnstrueerd model gewoon genoeg? Laten we eerst het hele plaatje tekenen.
Eén model, meerdere rollen
Een standaard AI-integratie werkt zo: je stuurt een prompt naar een LLM, krijgt een antwoord terug, klaar. Dat werkt prima voor enkelvoudige taken zoals het samenvatten van een tekst of het beantwoorden van een klantvraag.
Maar wat als je taak uit meerdere stappen bestaat die elk een andere aanpak vereisen? Denk aan een research pipeline voor marktanalyse: bronnen zoeken, relevante informatie extraheren, feiten verifiëren, en een samenhangend rapport schrijven. Eén prompt die dat allemaal doet levert wisselende kwaliteit. De output wordt onbetrouwbaar zodra de complexiteit toeneemt.
Een multi-agent systeem lost dit op door de taak te verdelen over gespecialiseerde agents, elk met een eigen rol en instructieset.
Concreet voorbeeld: een research pipeline
Stel, je wilt wekelijks een marktanalyse genereren over een specifieke sector. Dit is hoe je dat opbouwt met drie agents en een orchestrator:
Agent 1: de Researcher. Doorzoekt bronnen (nieuwssites, databases, API's) en verzamelt ruwe informatie. Geoptimaliseerd voor retrieval met toegang tot externe databronnen.
Agent 2: de Analyst. Ontvangt de ruwe data en extraheert inzichten. Classificeert trends, vergelijkt met historische data, markeert opvallende verschuivingen. Werkt met een gestructureerd output format.
Agent 3: de Writer. Neemt de analyse en schrijft een leesbaar rapport met bronvermeldingen. Geoptimaliseerd voor helder taalgebruik en consistente formatting.
De orchestrator bepaalt welke agent wanneer aan de beurt is. Hij stuurt de output van Agent 1 door naar Agent 2, controleert of het tussenresultaat voldoet aan kwaliteitscriteria, en geeft het pas dan door aan Agent 3. Als de Analyst te weinig bruikbare data krijgt, stuurt de orchestrator de Researcher opnieuw aan met aangepaste parameters.
Wanneer wel, wanneer niet
Multi-agent systemen zijn krachtig, maar niet altijd nodig. Gebruik ze wanneer:
Je taak bestaat uit drie of meer duidelijk te scheiden stappen die elk een andere expertise vereisen
De kwaliteit afhangt van tussentijdse validatie tussen stappen
Je verschillende databronnen moet combineren die elk een andere aanpak vereisen
Een enkele prompt consistent onbetrouwbare resultaten oplevert
Gebruik ze niet wanneer:
Eén goed geschreven prompt met duidelijke instructies hetzelfde resultaat geeft
De taak lineair is zonder behoefte aan tussentijdse controle
De complexiteit van het systeem de tijdwinst tenietdoet
De reden dat ik hier voor een multi-agent aanpak kies in plaats van een lange chain-of-thought prompt: betrouwbaarheid. Elke agent heeft een afgebakende verantwoordelijkheid. Als de output van de Analyst niet klopt, weet je precies waar het fout gaat. Bij één grote prompt is debuggen gissen.
Hoe je begint
Splits je proces: identificeer twee of drie fasen in je huidige workflow. Elke fase wordt een agent.
Definieer de interfaces: bepaal welke data elke agent ontvangt en oplevert. Gebruik een vast JSON-schema zodat agents elkaars output kunnen verwerken.
Bouw lineair: begin met een simpele flow (A naar B naar C). Voeg conditionele logica toe wanneer de basisflow werkt.
Meet het verschil: vergelijk de kwaliteit van je multi-agent pipeline met een single-prompt aanpak. Soms is het verschil klein genoeg om het simpel te houden.
Dit is de minimale versie. Als dit draait, kun je er later feedback loops aan toevoegen waarbij de orchestrator output terugkoppelt naar eerdere agents voor verfijning.
Bron: Consultancy.nl, Zeven AI-trends om rekening mee te houden in 2026


